Illustratie Trein 1

Bevoegdheden

Conform artikel 62 van de Wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur heeft de Dienst Regulering vijf grote opdrachten:

een raadgevende opdracht

In dit kader zal de Dienst Regulering:

  • advies verlenen en voorstellen formuleren;
  • onderzoeken en studies met betrekking tot de spoorwegmarkt uitvoeren;
  • de minister inlichtingen verstrekken om de regels op te stellen inzake vergunningen, tarifering en toewijzing van spoorcapaciteit;
  • samenwerken met de regulerende instanties van de andere lidstaten van de Europese Unie;
  • een advies verstrekken, op vraag van de partijen die een kaderovereenkomst wensen te sluiten, over de verenigbaarheid van die overeenkomst met de bepalingen van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en deze haar uitvoeringsbesluiten;
  • Een advies verstrekken, op vraag van de partijen die een overeenkomst conform artikel 24 van de wet van 4 december 2006 wensen te sluiten, waarin de rechten en verplichtingen van elke partij worden vastgelegd. Het advies betreft de verenigbaarheid van deze overeenkomst met de bepalingen in de wet van 4 december 2006 en haar uitvoeringsbesluiten.

een controleopdracht

In dit kader zal de Dienst Regulering:

  • nagaan of de netverklaring conform de wetgeving is;
  • er over waken dat de gebruiksheffingen in overeenstemming zijn met de wetgeving en de netverklaring, en dat ze op niet-discriminerende wijze worden toegepast;
  • er over waken dat de toewijzing van de spoorcapaciteit overeenstemt met de wetgeving en de netverklaring;
  • toezicht houden op de mededinging op de markt voor spoorvervoerdiensten, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Raad voor Mededinging;
  • bepalen, naar aanleiding van een verzoek van de Minister die spoorwegregulering tot zijn bevoegdheid heeft of de minister die een in een openbaredienstcontract omschreven passagiersdienst per spoor heeft gegund of de belanghebbende spoorwegondernemingen, of de hoofdzaak van een passagiersvervoersdienst werkelijk een internationaal karakter heeft, dan wel een verkapte vorm van binnenlands vervoer betreft;
  • jaarlijks, zoals voorzien door artikel 32 van het koninklijk besluit van 18 januari 2008 betreffende de verlening van opleidingsdiensten aan treinbestuurders en treinpersoneel, geïnformeerd worden via een activiteitenverslag door de door de Koning erkende opleidingsinstellingen. Een opleidingsinstelling  dient daarin ondermeer haar vermogen om een vrije en niet-discriminerende toegang tot haar diensten te verschaffen aan te tonen.

een opdracht inzake het administratief afhandelen van geschillen

In dit kader zal de dienst Regulering:

  • binnen de 10 werkdagen een beslissing nemen inzake geschillen over de toewijzing van spoorcapaciteit, op verzoek van de spoorweginfrastructuurbeheerder of van een spoorwegonderneming;
  • binnen de 10 werkdagen een beslissing nemen inzake geschillen over het gebruik van het recht om capaciteiten op te schorten, uit te sluiten of niet te vernieuwen door de spoorweginfrastructuurbeheerder zoals bedoeld in artikel 18 §1 van de wet van 30 april 2007 houdende dringende spoorwegbepalingen.

een opdracht inzake de behandeling van klachten

In dit kader zal de Dienst Regulering  een beslissing nemen en eventueel een boete opleggen of elke maatregel nemen die nodig is inzake klachten van spoorwegondernemingen, kandidaten of de infrastructuurbeheerder wanneer deze denken het slachtoffer te zijn van een oneerlijke behandeling, discriminatie of elk ander nadeel met betrekking tot:

  • de netverklaring of de criteria van de netverklaring;
  • de toewijzingsprocedure voor spoorcapaciteit en de resultaten van deze procedure;
  • het tariferingsysteem, de hoogte of de structuur van de heffingen voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur;
  • de bepalingen inzake de toegang tot de spoorweginfrastructuur.

een beslissingsopdracht

In dit kader zal de Dienst Regulering:

  • een beslissing nemen over de betwistingen die door de spoorweginfrastructuurbeheerder worden voorgelegd over de toekenning van de vertragingen in het raam van de prestatieregeling; een beslissing nemen binnen de 30 kalenderdagen van het eerste jaar van toepassing (2013)van het prestatieregime over de toegewezen voorlopige spilwaarde. Spoorwegondernemingen  kunnen de hen toegewezen voorlopige spilwaarde betwisten, binnen een termijn van tien kalenderdagen na mededeling door de infrastructuurbeheerder;
  • Een beslissing nemen over het al dan niet  goedkeuren dat de spoorweginfrastructuurbeheerder rechten blijft heffen op de overbelaste infrastructuur indien het capaciteitsvergrotingsplan niet kan worden uitgevoerd hetzij door omstandigheden onafhankelijk van zijn wil hetzij omdat de beschikbare mogelijkheden economisch of financieel niet haalbaar zijn;
  • Een beslissing nemen over het al dan niet verlenen van toestemming voor de inwerkingtreding van kaderovereenkomsten opgesteld voor een periode van vijf jaar op basis van capaciteitskenmerken die worden gebruikt door aanvragers die voor 1 januari 2010 diensten exploiteren. Deze overeenkomsten kunnen éénmaal met vijf jaar verlengd worden en hebben als doel rekening te houden met de investeringen of met het bestaan van commerciële overeenkomsten.

Daarnaast moet de Dienst Regulering ook de methode voor de aanrekening van de kosten van de infrastructuurbeheerder (Infrabel) goedkeuren. Deze goedkeuring werd verleend op 6 december 2007.