Illustratie Luchthaven 1

Regulering

Bij de privatisering van de luchthaven Brussel-Nationaal heeft de overheid een model van economische regulering opgelegd. De uitbating van de luchthaven Brussel-Nationaal vormt immers een natuurlijk monopolie. Ondanks de aanwezigheid van enkele concurrerende luchthavens in de ruime omgeving van Brussel heeft Brussel-Nationaal in haar invloedsgebied een quasi-monopoliepositie.

Om elk misbruik te vermijden, achtte de overheid het noodzakelijk administratief toezicht te organiseren op de door de private uitbater gehanteerde luchthavenheffingen en op de kwaliteit van de geleverde dienstverlening.

De exploitatielicentie werd initieel toegekend aan The Brussels Airport Company (voor 75% in handen van de Australische Macquariegroep, voor 25% eigendom van de Belgische Staat). Deze exploitatielicentie bevat een aantal voorwaarden en regels waaraan de uitbater moet voldoen.

De Dienst Regulering kijkt er op toe dat deze voorwaarden en regels worden gerespecteerd teneinde misbruik van de monopoliepositie te voorkomen.

Sinds 2006 hanteert de uitbater de commerciële benaming “Brussels Airport” voor de luchthaven.

Sinds 2011 is het aandeelhouderschap van de luchthaven verdeeld als volgt:

  • 25% voor de Belgische Staat, via de Federale Participatie en Investeringsmaatschappij (FPIM)
  • 75% voor een privé-consortium, samengesteld als volgt:
    • Het Ontario Teachers Pension Plan (Canada), voor 52%;
    • Twee investeringsfondsen beheerd door Macquarie (Australië), voor 48%

De exploitatielicentie van de luchthaven Brussel-Nationaal werd in 2013 vernieuwd naar aanleiding van een herstructurering van de Brussels Airport groep.